In groep 8 komen het voltooid deelwoord ('t kofschip), gebeurd of gebeurt, -d of -t met een e erachter, Engelse werkwoorden in het Nederlands en lastige leenwoorden.
Zo werkt het: de voorleesstem zegt een korte zin en daarna het woord. Je kind ziet de zin met een gat en typt alleen dat woord. Fout? Dan staat het goede woord er meteen, met de regel in één zin. Tien woorden per keer, elke keer een andere mix.
▶ Start het dictee voor groep 8 — gratis, geen accountHandig om samen door te lezen of voor te lezen. Onderwerpen: verleden tijd, voltooid deelwoord, gebeurd/gebeurt, werkwoord tt, vd + e, vd sterk, vd Engels, trema, hoofdletter, voorvoegsel, leenwoord, dubbele medeklinker, -teit, -heid.
| Woord | Zin | Regel |
|---|---|---|
| speelde | Gisteren speelde ik buiten. | Verleden tijd: speel + de, want de l zit niet in 't kofschip. |
| antwoordde | Zij antwoordde niet meteen. | Verleden tijd: antwoord + de. Twee d's achter elkaar. |
| verbrandde | Hij verbrandde zijn vinger. | Verleden tijd: verbrand + de. Twee d's achter elkaar. |
| bluste | De brandweer bluste het vuur. | Verleden tijd: blus + te, want de s zit in 't kofschip. |
| vertrouwde | Hij vertrouwde zijn vriend. | Verleden tijd: vertrouw + de, want de w zit niet in 't kofschip. |
| gepakt | Hij heeft zijn tas gepakt. | Voltooid deelwoord: ge + pak + t, want de k zit in 't kofschip. |
| gewacht | Wij hebben lang gewacht. | Voltooid deelwoord: ge + wacht. De stam eindigt al op een t, dus er komt geen tweede t bij. |
| gevierd | Het feest werd gevierd. | Voltooid deelwoord: ge + vier + d, want de r zit niet in 't kofschip. |
| verhuisd | Zij is naar het buitenland verhuisd. | Voltooid deelwoord: verhuis + d. Kijk naar verhuizen: de z zit niet in 't kofschip. |
| gefietst | Ik heb de hele dag gefietst. | Voltooid deelwoord: ge + fiets + t, want de s zit in 't kofschip. |
| afgerond | Het onderzoek is afgerond. | Voltooid deelwoord: af + ge + rond. De stam eindigt al op een d, dus er komt geen tweede d bij. |
| beantwoord | Zij heeft de brief al beantwoord. | Voltooid deelwoord zonder ge-, want het begint met be-. De stam eindigt al op een d: niets erbij. |
| gebeurd | Wat is er gisteren gebeurd? | Het is al klaar: voltooid deelwoord. Ge + beur + d, want de r zit niet in 't kofschip. |
| gebeurt | Er gebeurt hier nooit iets. | Het gebeurt nu: stam + t. Gebeur + t. |
| wordt | Jij wordt later vast dokter. | Staat jij vóór het werkwoord? Dan wel een t: jij wordt. |
| vind | Waarom vind jij dat? | Staat jij achter het werkwoord? Dan alleen de stam, zonder t. |
| verstopte | Wij zoeken een verstopte schat. | Eerst 't kofschip: verstop + t is verstopt. Dan + e: verstopte. |
| geverfde | Hij liet de geverfde deur zien. | Eerst 't kofschip: verf + d? Nee, de f zit erin, dus geverfd. Dan + e: geverfde. |
| gestolen | De gestolen fiets is terecht. | Sterk werkwoord: stelen wordt gestolen, met -en op het eind. |
| gemaild | Ik heb je gisteren gemaild. | Engels werkwoord: mail + d, want de l zit niet in 't kofschip. |
| gescoord | Hij heeft twee keer gescoord. | Engels werkwoord: scoor + d, want de r zit niet in 't kofschip. |
| zeeën | Op de kaart staan drie zeeën. | Twee e's die je apart zegt: puntjes op de tweede e, zee-ën. |
| geërgerd | Zij was geërgerd over het lawaai. | Ge + ergerd: de e's botsen, dus puntjes op de tweede e. |
| Nederlandse | De Nederlandse vlag is rood, wit en blauw. | Een woord dat van een land of plaats komt, krijgt een hoofdletter: Nederlandse, Amsterdamse. |
| verrassing | Het cadeau was een verrassing. | Ver + rassing: het voorvoegsel ver- en dan rassing, dus twee r's en twee s'en. |
| interessant | Zij heeft een interessant idee. | Eén r na de i, en twee s'en: in-te-res-sant. Interressant is fout. |
| onmiddellijk | Kom onmiddellijk hier! | Twee d's én twee l's: on-mid-del-lijk. En -lijk op het eind. |
| enthousiast | De juf was enthousiast over de toets. | Je hoort entoesiast, maar je schrijft t-h en o-u: en-thou-si-ast. |
| identiteit | Wij lazen een tekst over identiteit. | -teit schrijf je met de korte ei, ook al hoor je tijt. |
| hoeveelheid | Welke hoeveelheid suiker heb je nodig? | -heid schrijf je met de korte ei, ook al hoor je hijd. |
Krijgt je kind elke week een woordenlijst mee? Plak of typ die in het dictee onder Woorden van school. De voorleesstem leest ze voor en je kind oefent precies de woorden die op school komen. Meer uitleg: dictee oefenen.
Dictee groep 4 · groep 5 · groep 6 · groep 7. Ook: de werkwoordspellingtest (groep 6-8).