Leerkwartier
Een kwartier per dag leren, een leven lang slimmer.

✍️ Dictee groep 4 oefenen

In groep 4 leren kinderen de eerste spellingregels: d of t aan het eind (verlengen: hond → honden), lange klanken (kaas, boot), -ng en -nk, cht, en woorden met au/ou en ei/ij die je moet onthouden.

Zo werkt het: de voorleesstem zegt een korte zin en daarna het woord. Je kind ziet de zin met een gat en typt alleen dat woord. Fout? Dan staat het goede woord er meteen, met de regel in één zin. Tien woorden per keer, elke keer een andere mix.

▶ Start het dictee voor groep 4 — gratis, geen account

Alle 30 dicteewoorden voor groep 4

Handig om samen door te lezen of voor te lezen. Onderwerpen: d of t, lange klank, -nk, -ng, ei/ij, au/ou, sch, cht, aai/ooi/oei, eeuw/ieuw, eer/oor/eur, dubbele medeklinker, tweetekenklank.

WoordZinRegel
hondDe hond rent hard.Je hoort een t, maar je schrijft een d. Maak het langer: hon-den.
koudHet is koud buiten.Je hoort een t, maar je schrijft een d. Maak het langer: kou-de.
paardHet paard eet gras.Je hoort een t, maar je schrijft een d. Maak het langer: paar-den.
hoofdIk stoot mijn hoofd.Je hoort een t, maar je schrijft een d. Maak het langer: hoof-den.
bedIk lig in mijn bed.Je hoort een t, maar je schrijft een d. Maak het langer: bed-den.
kaasIk eet een broodje kaas.Je hoort een lange aa en het woord eindigt op een medeklinker: dan schrijf je twee a's: k-aa-s.
bootDe boot vaart over het water.Je hoort een lange oo en het woord eindigt op een medeklinker: dan schrijf je twee o's: b-oo-t.
geelDe bloem is geel.Je hoort een lange ee en het woord eindigt op een medeklinker: dan schrijf je twee e's: g-ee-l.
zeepIk was mijn handen met zeep.Je hoort een lange ee en het woord eindigt op een medeklinker: twee e's: z-ee-p.
broodIk eet een boterham met brood.Lange oo, dus twee o's. En op het eind een d: maak het langer, bro-den.
bankDe kat slaapt op de bank.Een nk-woord: je hoort ngk, maar je schrijft n-k.
ringIk draag een ring.Een ng-woord: je hoort één klank, maar je schrijft twee letters: n-g.
treinIk zwaai naar de trein.Trein schrijf je met de korte ei. Je hoort het verschil met ij niet: onthoudwoord.
kijkIk kijk naar de lucht.Kijk schrijf je met de lange ij. Onthoudwoord.
blauwDe lucht is blauw.Blauw schrijf je met au. Au en ou klinken hetzelfde: dit moet je onthouden.
vrouwDe vrouw loopt naar buiten.Vrouw schrijf je met ou. Onthoudwoord.
schaapHet schaap staat in de wei.Je hoort sg aan het begin, maar je schrijft s-c-h.
schoolDe school begint om half negen.Je hoort sg aan het begin, maar je schrijft s-c-h. Daarna een lange oo: twee o's.
nachtIn de nacht is het donker.Je hoort nagt, maar je schrijft ch-t.
lichtDoe het licht aan.Je hoort ligt, maar je schrijft ch-t.
koeienDe koeien staan in de wei.Hoor je oei? Dan schrijf je o-e-i.
mooiIk vind die tekening mooi.Hoor je ooi? Dan schrijf je o-o-i.
haaiIn de zee zwemt een haai.Hoor je aai? Dan schrijf je a-a-i.
leeuwDe leeuw brult hard.Na eeu komt altijd een w: l-eeu-w.
nieuwIk heb een nieuw boek.Na ieu komt altijd een w: n-ieu-w.
weerHet weer is mooi vandaag.Hoor je eer? Dan schrijf je twee e's en een r: w-ee-r.
deurDe deur staat open.Hoor je eur? Dan schrijf je e-u-r.
oorIk hoor het met mijn oor.Hoor je oor? Dan schrijf je twee o's en een r.
appelOma bakt een appel.Korte a, daarna twee p's. Met één p lees je apel.
fluitIk speel op mijn fluit.Hoor je ui? Dan schrijf je u-i.

De woorden van school oefenen

Krijgt je kind elke week een woordenlijst mee? Plak of typ die in het dictee onder Woorden van school. De voorleesstem leest ze voor en je kind oefent precies de woorden die op school komen. Meer uitleg: dictee oefenen.

Andere groepen

Dictee groep 5 · groep 6 · groep 7 · groep 8. Ook: de werkwoordspellingtest (groep 6-8).

Leerkwartier is gemaakt door één vader, zonder reclame en zonder doorverkoop van gegevens. Deze pagina wordt gemaakt uit dezelfde woordenlijst als het dictee in de app.