In groep 5 komen open en gesloten lettergrepen (bomen, bommen), -ig en -lijk, f/v en s/z (brieven, huizen), verkleinwoorden en hoofdletters bij namen.
Zo werkt het: de voorleesstem zegt een korte zin en daarna het woord. Je kind ziet de zin met een gat en typt alleen dat woord. Fout? Dan staat het goede woord er meteen, met de regel in één zin. Tien woorden per keer, elke keer een andere mix.
▶ Start het dictee voor groep 5 — gratis, geen accountHandig om samen door te lezen of voor te lezen. Onderwerpen: open lettergreep, dubbele medeklinker, meervoud, -ig, -lijk, f wordt v, s wordt z, verkleinwoord, ei/ij, hoofdletter, d of t, cht.
| Woord | Zin | Regel |
|---|---|---|
| bananen | Wij eten bananen. | Open lettergrepen: ba-na-nen. Elk stuk eindigt op een lange klank, dus overal één a. |
| vogel | De vogel zit in de boom. | Vo-gel: het stuk vo eindigt op de klank, dus één o. |
| koning | De koning draagt een kroon. | Ko-ning: één o, want het stuk ko eindigt op de klank. En -ng op het eind. |
| tafels | Er staan drie tafels in de klas. | Ta-fels: één a, want het stuk ta eindigt op de klank. |
| lopen | Wij lopen naar huis. | Lo-pen: één o, want het stuk lo eindigt op de klank. |
| bakker | De bakker verkoopt brood. | Korte a, dan twee k's: bak-ker. Met één k zou je baker lezen. |
| spannend | Ik lees een spannend verhaal. | Korte a, dus twee n's: span-nend. Met één n zou je spanend lezen. |
| kinderen | De kinderen lachen om de grap. | Meervoud van kind: kind + eren. |
| jarig | Mijn zus is jarig. | Je hoort ug op het eind, maar je schrijft -ig. |
| prachtig | De vlinder is prachtig. | Je hoort ug op het eind, maar je schrijft -ig. |
| grappig | Het is een grappig verhaal. | Je hoort ug op het eind, maar je schrijft -ig. En twee p's na de korte a. |
| gelukkig | Mijn oma is heel gelukkig. | Je hoort ug op het eind, maar je schrijft -ig. |
| vrolijk | Het meisje lacht vrolijk. | Je hoort luk op het eind, maar je schrijft -lijk. |
| eerlijk | Ik vind dat een eerlijk antwoord. | Je hoort luk op het eind, maar je schrijft -lijk. |
| gevaarlijk | De weg is glad en gevaarlijk. | Je hoort luk op het eind, maar je schrijft -lijk. |
| duiven | De duiven vliegen weg. | Eén duif, twee duiven: de f wordt een v. |
| huizen | In de straat staan mooie huizen. | Eén huis, twee huizen: de s wordt een z. |
| wolven | De wolven huilen in het bos. | Eén wolf, twee wolven: de f wordt een v. |
| hondje | Het kleine hondje kwispelt. | Verkleinwoord: hond + je. De d blijft staan, ook al hoor je een t. |
| boompje | In de tuin staat een klein boompje. | Woorden die op een m eindigen krijgen -pje: boom + pje. |
| kwartje | Ik heb nog een kwartje. | Woorden die op een t eindigen krijgen -je: kwart + je. |
| beetje | Ik ben een beetje moe. | Woorden die op een t eindigen krijgen -je: beet + je. |
| meisje | Het meisje heeft een lange vlecht. | Meisje schrijf je met de korte ei. Onthoudwoord. |
| prijs | De prijs staat op het bord. | Prijs schrijf je met de lange ij. Onthoudwoord. |
| Sanne | Mijn zus heet Sanne. | Namen van mensen krijgen een hoofdletter. |
| Utrecht | Wij wonen in Utrecht. | Namen van plaatsen krijgen een hoofdletter. |
| breed | Het pad is breed. | Je hoort een t, maar je schrijft een d. Maak het langer: bre-de. |
| heet | De thee is nog heet. | Maak het langer: he-te. Je hoort een t en je schrijft een t. |
| wacht | Ik wacht op de bus. | Je hoort wagt, maar je schrijft ch-t. |
| geluid | Ik hoor een geluid. | Je hoort een t, maar je schrijft een d. Maak het langer: gelui-den. |
Krijgt je kind elke week een woordenlijst mee? Plak of typ die in het dictee onder Woorden van school. De voorleesstem leest ze voor en je kind oefent precies de woorden die op school komen. Meer uitleg: dictee oefenen.
Dictee groep 4 · groep 6 · groep 7 · groep 8. Ook: de werkwoordspellingtest (groep 6-8).