Deel 1: Wat is tijdsduur? — Tijdsduur is hoe lang iets duurt — van begin tot eind.
Deel 2: Tijdsduur tussen 2 klokken — Vaak vraagt de toets: 'Hoe lang duurt het van 10:45 tot 12:20?' Toets-stappenplan — opklimmen: 1.
Deel 3: Tijden optellen en aftrekken — Bij tijden optellen moet je opletten: als minuten ≥ 60, draag je een uur over.
Deel 4: 24-uurs format — treinen, vluchten, programma's — Bij roosters en vertrektijden gebruiken we het 24-uurs format: geen ochtend/middag, maar gewoon 00:00 tot 23:59.
Deel 5: Praktijk — school, reizen, sport — Toets-praktijksommen met tijd komen vaak voor — school, reizen, sport.
Deel 6: Eindopdracht — tijd-mix — Mix-toets in Doorstroomtoets-stijl.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. 1 uur is hoeveel minuten?
A.60 minuten
B.100 minuten
C.30 minuten
D.24 minuten
2. Hoeveel seconden is 3 minuten?
A.180 sec
B.30 sec
C.60 sec
D.300 sec
3. Wat is tijdsduur?
A.De tijd tussen het begin en het einde
B.Het tijdstip waarop iets begint
C.Het tijdstip dat nu op de klok staat
D.Het tijdstip waarop iets afgelopen is
4. 1 uur 70 minuten — wat is dat in netjes geschreven tijd?
A.2 uur 10 minuten
B.1 uur 10 minuten
C.1 uur 7 minuten
D.3 uur 10 minuten
5. Welke zin gaat over een tijdstip?
A.De les begint om 10:15 uur.
B.De les duurt 45 minuten.
C.De film duurt 2 uur.
D.Ik slaap 9 uur per nacht.
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.