Deel 1: Wat is cijferend rekenen? — Cijferend rekenen is het rekenen onder elkaar in kolommen — net zoals je het op papier doet.
Deel 2: Cijferend optellen — onthouden bij 10 — Bij cijferend optellen zet je getallen onder elkaar en tel je per kolom op.
Deel 3: Cijferend aftrekken — lenen bij de buur — Bij cijferend aftrekken is het lastiger: als je niet genoeg hebt in een kolom, leen je 1 van de kolom links ervan.
Deel 4: Cijferend vermenigvuldigen — 1 cijfer × meerdere — Bij cijferend vermenigvuldigen vermenigvuldig je elk cijfer apart.
Deel 5: Cijferend delen — bus-bewerking — Cijferend delen is de moeilijkste — ook wel staartdeling genoemd.
Deel 6: Praktijk — Toets-redactiesommen — In toetsvragen kom je grote berekeningen tegen in verhalen.
Deel 7: Eindopdracht — alles cijferen — Mix-toets met cijferen in Doorstroomtoets-stijl.
Deel 8: Oefen plus & min! — Tijd om plus- en minsommen vlot te krijgen — uit je hoofd, tot 100.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Wanneer is cijferend rekenen handig?
A.Bij grote getallen die niet in je hoofd passen
B.Bij kleine sommen, zodat je geen fout maakt
C.Bij ronde getallen zoals 300 + 400
D.Als je een uitkomst wilt schatten
2. Bij cijferend optellen: bij welke kolom begin je?
A.Rechts, bij de eenheden
B.Links, bij het grootste getal
C.In het midden
D.Maakt niet uit
3. Je moet 23 + 14 uitrekenen. Welke manier is hier het handigst?
A.Uit je hoofd rekenen
B.Cijferen op papier
C.Een rekenmachine gebruiken
D.Dat maakt niet uit
4. Bij welke bewerking werk je bij cijferen van links naar rechts?
A.Delen
B.Optellen
C.Aftrekken
D.Vermenigvuldigen
5. Je zet 352 en 47 onder elkaar om ze op te tellen. Onder welk cijfer van 352 komt de 7?
A.Onder de 2
B.Onder de 5
C.Onder de 3
D.Naast de 3
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.