Deel 1: Wat betekent schaal? — Een kaart is een verkleining van de werkelijkheid.
Deel 2: Van de kaart naar het echt — Om van een afstand op de kaart naar de echte afstand te gaan: afstand op kaart (cm) × schaalgetal = echte afstand (cm) Daarna reken je de cm om naar m of km: •…
Deel 3: Van het echt naar de kaart — Andersom: van een echte afstand naar de afstand op de kaart: echte afstand (cm) ÷ schaalgetal = afstand op kaart (cm) Let op: reken de echte afstand eerst om…
Deel 4: In het echt — afstanden op de kaart — Bij de Doorstroomtoets staan schaalvragen vaak in een verhaal met een kaart.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Schaal 1 : 100 betekent: 1 cm op de kaart is in het echt...
A.100 cm
B.1 cm
C.10 cm
D.1.000 cm
2. Bij schaal 1 : 1.000 is de werkelijkheid hoeveel keer verkleind op de kaart?
A.1.000 keer
B.10 keer
C.100 keer
D.1 keer
3. Schaal 1 : 50.000 — 1 cm op de kaart is hoeveel meter in het echt?
A.500 m
B.50 m
C.5.000 m
D.5 m
4. Welke schaal is het meest verkleind (de kaart toont het grootste gebied)?
A.1 : 100.000
B.1 : 1.000
C.1 : 100
D.1 : 10
5. Schaal 1 : 200 betekent dat 1 cm op de kaart … cm in het echt is.
A.200 cm
B.2 cm
C.20 cm
D.2.000 cm
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.