Deel 1: % betekent 'per honderd' — Het teken % spreek je uit als 'procent'.
Deel 2: Procent, breuk en kommagetal — Een procent is 3 manieren om hetzelfde te zeggen.
Deel 3: Hoeveel is X% van een getal? — Veel toetsvragen vragen: 'Hoeveel is X% van Y?' Voorbeeld: 'Hoeveel is 20% van 60?' Aanpak 1 — via 1% (handig voor lastige getallen): • 1% van 60 = 60 ÷ 100 =…
Deel 4: % in de winkel — slimme tactiek — In de winkel zie je vaak korting-bordjes.
Deel 5: Welk percentage is dit van het totaal? — De omgekeerde toetsvraag: 'X van Y — welk percentage is dat?' Voorbeeld: 'In een klas van 25 leerlingen zijn 5 meisjes.
Deel 6: Praktijk-sommen — winkel + sport — Tijd voor mix-sommen in Doorstroomtoets-stijl.
Deel 7: Eindopdracht — mix — Mix-toets in echte Doorstroomtoets-stijl.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Wat betekent 40%?
A.40 per 100
B.40 per 1000
C.40 keer 100
D.100 per 40
2. 100% — wat betekent dat?
A.Alles
B.De helft
C.Honderd dingen
D.Niets
3. Op een school zitten 100 leerlingen. 45 daarvan zijn meisjes. Welk percentage is dat?
A.45%
B.50%
C.55%
D.4,5%
4. Hoe spreek je het teken % uit?
A.procent
B.promille
C.percentage
D.honderdste
5. In een zak zitten 100 snoepjes. Je geeft er 30 weg. Hoeveel procent heb je nog over?
A.70%
B.30%
C.100%
D.7%
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.