Deel 1: Wat is een negatief getal? — Negatieve getallen zijn getallen kleiner dan 0.
Deel 2: Getalslijn — stappen tellen — Op de getalslijn kun je lopen (stappen tellen) om sommen te maken.
Deel 3: Min een minus = plus — Een lastige maar belangrijke regel: Twee min-tekens op rij worden plus.
Deel 4: Praktijk — temperatuur en geld — Negatieve getallen zie je vooral in: Temperatuur: 'In de winter daalde de temperatuur van +3 °C overdag naar −7 °C 's nachts.
Deel 5: Eindopdracht — negatieve getallen mix — Mix-toets in Doorstroomtoets-stijl met negatieve getallen — temperatuur, saldo, sommen.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Welk getal is het grootst: −7, −3, −10 of −5?
A.−3
B.−7
C.−10
D.−5
2. Wat betekent −12 °C?
A.12 graden onder nul
B.12 graden boven nul
C.12 graden kouder dan gisteren
D.12 graden warmer dan gisteren
3. Welk getal is het kleinst: 0, −1, +5, −10?
A.−10
B.−1
C.0
D.+5
4. Welke zin klopt?
A.−4 is groter dan −9
B.−9 is groter dan −4
C.−4 is groter dan −1
D.−9 is groter dan 0
5. Hoe schrijf je 'min vijftien' als getal?
A.−15
B.+15
C.−50
D.−5
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.