Deel 1: Wat is een kommagetal? — Een kommagetal (ook wel decimaal genoemd) is een getal met een komma erin.
Deel 2: Optellen & aftrekken — komma's onder elkaar! — Bij optellen en aftrekken met kommagetallen geldt één belangrijke regel: De komma's moeten recht onder elkaar staan.
Deel 3: Vermenigvuldigen met kommagetallen — Vermenigvuldigen met kommagetallen heeft een trucje (uit je hoofd!): Stap 1: doe alsof de komma er niet staat (gewone vermenigvuldiging).
Deel 4: Delen met kommagetallen — Delen met een kommagetal kent 2 hoofdgevallen: Geval 1 — Delen door een geheel getal: Doe gewoon staartdeling.
Deel 5: Praktijk-sommen — geld & meten — Toets-praktijksommen draaien vaak om geld (euro's) of meten (meters/kilo's).
Deel 6: Eindopdracht — kommagetallen-mix — Mix-toets in Doorstroomtoets-stijl.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. 3,5 is hetzelfde als ... ?
A.3 + ½
B.35
C.3 × 5
D.0,35
2. Wat betekent de 2 in 4,2?
A.2 tienden
B.2 honderden
C.2 eenheden
D.2 tientallen
3. Welk kommagetal is gelijk aan ¼?
A.0,25
B.0,4
C.0,5
D.0,75
4. Welk getal is groter: 0,9 of 0,12?
A.0,9
B.0,12
C.Even groot
D.Dat kun je niet zeggen
5. Welk cijfer staat op de honderdsten-plek in 36,18?
A.8
B.1
C.6
D.3
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.