Leerkwartier › Doorstroomtoets oefenen › Oefenvragen › Studievaardigheden

Doorstroomtoets studievaardigheden oefenen: 40 oefenvragen met uitleg

Studievaardigheden helpen bij alle onderdelen van de Doorstroomtoets: informatie opzoeken in een tabel, schema of register, een woordenboek of alfabetische lijst gebruiken, een plattegrond lezen en bronnen beoordelen.

Probeer eerst zelf, open dan het antwoord. Lukt het niet? In de app krijgt een kind bij elke vraag hulp op drie niveaus, tot het het snapt. Gratis, zonder account.

Kaart + schaal lezen

1. Op een kompasroos staat boven meestal welke windrichting?

  1. Zuid (Z)
  2. West (W)
  3. Noord (N)
  4. Oost (O)
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. Noord (N)

Denk aan de kaart van Nederland: Groningen staat bovenaan en Limburg onderaan. In welke windrichting ligt Groningen vanaf Limburg? Op een kompasroos staan vier letters. De letter bovenaan hoort bij de kant waar Groningen ligt. Welke windrichting is dat?

Studievaardigheden · Kaart + schaal lezen

2. Welke windrichting ligt op het kompas tussen N en O?

  1. NW (noord-west)
  2. ZW (zuid-west)
  3. NO (noord-oost)
  4. ZO (zuid-oost)
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. NO (noord-oost)

Tussen 2 hoofdrichtingen = naam combineert ze: NO, ZO, ZW, NW. Zet de twee letters uit de vraag in dezelfde volgorde achter elkaar. Dat is de naam van de tussenrichting.

Studievaardigheden · Kaart + schaal lezen

3. Is schaal 1:10.000 groter of kleiner dan schaal 1:100.000?

  1. Groter
  2. Niet te vergelijken
  3. Gelijk
  4. Kleiner
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. Groter

Bedenk bij elke schaal hoeveel centimeter in het echt 1 cm op de kaart is. Op welke kaart worden de dingen dan groter getekend? 1:10.000 = stadsplattegrond. 1:100.000 = streekkaart met minder detail. Eerste is 'groter'.

Studievaardigheden · Kaart + schaal lezen

4. Een schaal 1:1.000.000 (1 op miljoen) is een...

  1. Kaart van een heel land
  2. Plattegrond van een stad
  3. Plattegrond van een school
  4. Plattegrond van een huis
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. Kaart van een heel land

Hoe groter het getal achter de 1, hoe meer er is verkleind en hoe groter het gebied dat op de kaart past. 1:1 miljoen = veel land op 1 kaart.

Studievaardigheden · Kaart + schaal lezen

Tabel + grafiek lezen

5. In een cirkeldiagram is voetbal 50%, hockey 25% en zwemmen 15%. Hoeveel procent is de rest?

  1. 10%
  2. 25%
  3. 5%
  4. 20%
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. 10%

Een hele cirkel is samen 100 procent. Tel eerst de drie sporten bij elkaar op en kijk hoeveel er dan nog ontbreekt. Totaal = 100%. Trek af wat we al hebben: 100 − (50+25+15) = 100 − 90 = 10%.

Studievaardigheden · Tabel + grafiek lezen

6. Een lijngrafiek laat de temperatuur over 5 dagen zien: 18, 22, 25, 23 en 19 °C. Wat is het patroon?

  1. Eerst stijgen, dan dalen
  2. Geen patroon
  3. Steeds dalen
  4. Steeds stijgen
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. Eerst stijgen, dan dalen

Vergelijk elke dag met de dag ervoor: wordt het getal groter of kleiner? Tot dag 3 omhoog (25 = piek), daarna omlaag.

Studievaardigheden · Tabel + grafiek lezen

7. Een lijngrafiek laat zien dat het aantal lezers in 5 jaar daalde van 80 naar 50. Met hoeveel procent nam het aantal af?

  1. 50%
  2. 37,5%
  3. 60%
  4. 30%
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. 37,5%

% afname = (verschil ÷ beginwaarde) × 100. 30 lezers minder van 80. 30/80 = 0,375 = 37,5%.

Studievaardigheden · Tabel + grafiek lezen

8. In een cirkeldiagram is blauw 35%, rood 25% en groen 25%. Hoeveel procent is de rest?

  1. 10%
  2. 15%
  3. 25%
  4. 20%
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. 15%

Rest = 100 − (alles wat al bekend is). 35+25+25 = 85. 100−85 = 15%.

Studievaardigheden · Tabel + grafiek lezen

Woordenboek, atlas + index

9. Welk woord staat het eerst in het woordenboek?

  1. arm
  2. appel
  3. avond
  4. auto
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. appel

Alle woorden beginnen met een a. Kijk dus naar de tweede letter van elk woord: welke komt het eerst in het alfabet? De tweede letters zijn: appel (p), arm (r), auto (u), avond (v). De p komt het eerst, dus appel staat vooraan.

Studievaardigheden · Woordenboek, atlas + index

10. Wat staat voorin een boek?

  1. Nawoord
  2. Inhoudsopgave
  3. Woordenlijst
  4. Index
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. Inhoudsopgave

Sla een boek open bij de eerste bladzijden. Welk overzicht vertelt je daar welke hoofdstukken er zijn? Hoofdstuk zoeken? Inhoudsopgave. Woord zoeken? Index.

Studievaardigheden · Woordenboek, atlas + index

11. Welk woord staat het eerst in het woordenboek?

  1. kauw
  2. katoen
  3. kat
  4. kater
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. kat

Drie woorden beginnen met k-a-t. Wat doe je als één van die woorden daarna al ophoudt? kat, kater en katoen beginnen alle drie met k-a-t. Bij kat houdt het woord daar al op, dus kat komt eerst. kauw valt af: de u komt na de t.

Studievaardigheden · Woordenboek, atlas + index

12. In een atlas zoek je 'Amsterdam' in de index: 'Amsterdam ... 22 D5'. Waar kijk je?

  1. Vak A22 op pagina D
  2. Vak 22 op pagina D5
  3. Bladzijde 22, vak D5
  4. Bladzijde 5, vak D22
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. Bladzijde 22, vak D5

De code '22 D5' heeft twee delen. Het ene deel zegt waar je moet bladeren, het andere waar je op de kaart kijkt. Welk deel is welk? Eerste getal = bladzijde (22). Daarna staat de vakcode (D5).

Studievaardigheden · Woordenboek, atlas + index

Schema's + stappenplan

13. Wat is een stroomdiagram?

  1. Een tabel met rijen en kolommen
  2. Een grafiek met een stijgende lijn
  3. Een schema met stappen en pijlen
  4. Een kaart met rivieren en stromen
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. Een schema met stappen en pijlen

Denk aan het woord 'stroom': iets loopt van het ene punt naar het volgende. Wat teken je dan tussen de vakjes? Een schema dat 'wat-eerst, wat-daarna' aangeeft met pijlen.

Studievaardigheden · Schema's + stappenplan

14. Bij 'taart bakken' — wat doe je eerst?

  1. Beslag mengen
  2. Recept lezen
  3. Ingrediënten afwegen
  4. Taart in de oven zetten
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. Recept lezen

Vraag jezelf af: wat moet je weten voordat je iets kunt afwegen of mengen? Eerste stap = wat moet ik weten? = Recept lezen.

Studievaardigheden · Schema's + stappenplan

15. Stappenplan: 1. Ingrediënten pakken 2. Recept lezen 3. Mengen 4. Bakken. Wat is er mis met dit stappenplan?

  1. Stap 3 en 4 zijn omgedraaid
  2. Stap 1 en 2 zijn omgedraaid
  3. Stap 4 hoort er niet bij
  4. Alle stappen staan goed
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. Stap 1 en 2 zijn omgedraaid

Stap met fout = stap die op de verkeerde plek staat in de volgorde. Loop het plan na alsof je het zelf doet: weet je bij stap 1 al wélke ingrediënten je moet pakken?

Studievaardigheden · Schema's + stappenplan

16. Tijdlijn met jaartallen: 1900-1950-2000. Tussen welke twee jaartallen ligt 1975?

  1. 1900 en 1950
  2. 1950 en 2000
  3. Na 2000
  4. Voor 1900
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. 1950 en 2000

Vergelijk 1975 met elk jaartal op de tijdlijn: is het later of eerder dan 1950? En dan 2000? 1975 ligt tussen 1950 en 2000.

Studievaardigheden · Schema's + stappenplan

Eind-opdracht

17. Welk woord staat het eerst in het woordenboek?

  1. bal
  2. balk
  3. ballon
  4. balkon
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. bal

Alle vier beginnen met 'bal'. Vergelijk per woord wat er ná 'bal' komt. Alle 4 beginnen met 'bal'. 'bal' is het kortst — staat dus eerst.

Studievaardigheden · Eind-opdracht

18. Cirkeldiagram: rood 40%, blauw 30%, geel 20%. Hoeveel procent is de rest?

  1. 10%
  2. 25%
  3. 5%
  4. 15%
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. 10%

Een hele cirkel is samen 100%. Tel eerst de kleuren op die je al weet. 40+30+20=90. 100−90=10.

Studievaardigheden · Eind-opdracht

19. Atlas-vraag: in welk werelddeel ligt Egypte?

  1. Afrika
  2. Amerika
  3. Azië
  4. Europa
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. Afrika

Zoek Egypte op in de atlas: het ligt aan de Nijl en aan de Middellandse Zee. Aan welke kant van die zee ligt het? Egypte ligt in Noord-Afrika met de Nijl.

Studievaardigheden · Eind-opdracht

20. Lees dit recept: 'Schep tot slot alles op een bord. Je begint met het koken van de spaghetti. Als de spaghetti klaar is, maak je de saus warm.' Wat doe je als tweede?

  1. Saus warm maken
  2. Tafel dekken
  3. Opscheppen
  4. Spaghetti koken
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. Saus warm maken

Let op de volgordewoorden, niet op de plek in de tekst: 'je begint met' = spaghetti koken, 'als de spaghetti klaar is' = saus warm maken, 'tot slot' = opscheppen.

Studievaardigheden · Eind-opdracht

Kaart & legenda lezen

21. Je fietst 's ochtends van huis naar het oosten naar school. Na school fiets je dezelfde weg terug naar huis. In welke richting fiets je dan?

  1. Naar het zuiden
  2. Naar het oosten
  3. Naar het westen
  4. Naar het noorden
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. Naar het westen

Terug = tegenovergestelde richting. Tegenover oost ligt west.

Studievaardigheden · Kaart & legenda lezen

22. Je wilt van de bibliotheek naar het zwembad. Route A: 2 kilometer langs een drukke autoweg. Route B: 3 kilometer door het park. Je moeder zegt: kies de veiligste route. Welke kies je?

  1. Het maakt niet uit welke je kiest
  2. Route A, want die is korter
  3. Route B, want daar rijden geen auto's
  4. Route A, want druk is gezellig
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. Route B, want daar rijden geen auto's

Er werd om de veiligste route gevraagd, niet de kortste. Door het park rijden geen auto's: route B.

Studievaardigheden · Kaart & legenda lezen

23. Plattegrond zwembad in woorden: de ingang zit aan de zuidkant. Direct achter de ingang ligt het buitenbad, en daar weer achter, helemaal aan de noordkant, het binnenbad. Waar ligt het binnenbad?

  1. Buiten het zwembad-terrein
  2. Direct naast de ingang
  3. Het verst van de ingang vandaan
  4. Aan de zuidkant
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. Het verst van de ingang vandaan

Ingang (zuid) → buitenbad → binnenbad (noord): het binnenbad ligt dus het verst van de ingang.

Studievaardigheden · Kaart & legenda lezen

24. Route in woorden: 'Loop vanaf het station rechtdoor, neem de tweede straat links en daarna de eerste straat rechts. Daar is de bibliotheek.' Hoe vaak sla je in totaal af?

  1. 3 keer
  2. 1 keer
  3. 2 keer
  4. 0 keer
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. 2 keer

Tweede straat links (1×) en eerste straat rechts (2×): je slaat 2 keer af.

Studievaardigheden · Kaart & legenda lezen

Tabellen & dienstregelingen

25. Bus 12 vertrekt van het station: 8:05 — 8:25 — 8:45 — 9:05. Je bent om 8:30 op het station. Welke bus kun je als eerstvolgende nemen?

  1. De bus van 8:45
  2. De bus van 8:25
  3. De bus van 8:05
  4. De bus van 9:05
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. De bus van 8:45

Om 8:30 zijn de bussen van 8:05 en 8:25 al weg. De eerstvolgende is die van 8:45.

Studievaardigheden · Tabellen & dienstregelingen

26. Treintabel: vertrek 9:12, aankomst 9:48. Hoe lang duurt de treinreis?

  1. 36 minuten
  2. 48 minuten
  3. 24 minuten
  4. 1 uur en 36 minuten
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. 36 minuten

Van 9:12 tot 9:48 = 48 − 12 = 36 minuten.

Studievaardigheden · Tabellen & dienstregelingen

27. Openingstijden zwembad: ma-vr 7:00-21:00, za 9:00-17:00, zo gesloten. Je wilt zaterdag om 18:00 zwemmen. Kan dat?

  1. Nee, op zaterdag sluit het bad om 17:00
  2. Ja, het bad is open tot 21:00
  3. Nee, het zwembad is op zaterdag helemaal dicht
  4. Ja, het bad is altijd open
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: A. Nee, op zaterdag sluit het bad om 17:00

Zaterdag: 9:00-17:00. Om 18:00 is het bad dus al een uur dicht.

Studievaardigheden · Tabellen & dienstregelingen

28. Prijzen pretpark: kind (t/m 11 jaar) € 12, volwassene € 18, gezinskaart (2 volwassenen + 2 kinderen) € 50. Wat kosten losse kaartjes voor 2 volwassenen en 2 kinderen samen?

  1. € 30
  2. € 60
  3. € 50
  4. € 48
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. € 60

2 × € 18 + 2 × € 12 = € 36 + € 24 = € 60.

Studievaardigheden · Tabellen & dienstregelingen

Bronnen & internet

29. Voor je werkstuk over dolfijnen vind je vier bronnen. Welke is het betrouwbaarst?

  1. Een folder van een bedrijf dat dolfijnen-boottochten verkoopt
  2. De website van een zeeaquarium met dolfijnen-verzorgers
  3. Een grappig dolfijnen-filmpje op social media
  4. Een oud forum-bericht van 'dolfijnfan123'
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. De website van een zeeaquarium met dolfijnen-verzorgers

Kies een bron van echte deskundigen (de verzorgers van een zeeaquarium). Vraag altijd: wie schrijft dit en heeft die er verstand van?

Studievaardigheden · Bronnen & internet

30. Je wilt weten hoe oud de Eiffeltoren is. Welke zoekwoorden werken het best?

  1. frankrijk vakantie leuk
  2. eiffeltoren bouwjaar
  3. toren
  4. eiffeltoren hoogte
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. eiffeltoren bouwjaar

Goede zoekwoorden zijn kort en precies: het onderwerp plus wat je wilt weten.

Studievaardigheden · Bronnen & internet

31. Je hebt een boek over de ruimte. Je wilt snel weten op welke bladzijde het woord 'Saturnus' voorkomt. Waar kijk je?

  1. Op de kaft van het boek
  2. In het register achterin
  3. In de inhoudsopgave voorin
  4. Op de eerste bladzijde
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: B. In het register achterin

Voor één specifiek woord gebruik je het register: de alfabetische lijst met bladzijnummers achterin.

Studievaardigheden · Bronnen & internet

32. Je vindt twee artikelen over 'het nieuwste voetbal-EK'. Artikel 1 is uit 2012, artikel 2 uit dit jaar. Welke gebruik je?

  1. Artikel 1, want ouder is betrouwbaarder
  2. Allebei zijn even bruikbaar
  3. Artikel 2, want nieuws veroudert snel
  4. Geen van beide
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. Artikel 2, want nieuws veroudert snel

Check altijd de datum van een bron. Voor actueel nieuws kies je de nieuwste.

Studievaardigheden · Bronnen & internet

Schema's & samenvatten

33. Woordweb: in het midden staat 'WEER'. Eromheen staan: regen, wind, zon en één leeg rondje. Welk woord past het best in het lege rondje?

  1. voetbal
  2. paraplu
  3. sneeuw
  4. gitaar
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. sneeuw

Alle rondjes moeten bij het midden-woord horen: regen, wind, zon en... sneeuw.

Studievaardigheden · Schema's & samenvatten

34. Een alinea gaat over: 'Egels slapen de hele winter. Hun hartslag wordt heel langzaam. Pas in de lente worden ze weer wakker.' Welk kopje past het best boven deze alinea?

  1. Wat egels eten
  2. Vijanden van de egel
  3. Winterslaap
  4. Egels als huisdier
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: C. Winterslaap

Het kopje vat de hoofdzaak samen: de hele winter slapen = winterslaap.

Studievaardigheden · Schema's & samenvatten

35. Instructie 'plantje zaaien' (door elkaar): A) leg het zaadje op de aarde, B) vul de pot met aarde, C) geef een beetje water, D) zet de pot in het licht. Wat doe je EERST?

  1. A — leg het zaadje op de aarde
  2. C — geef een beetje water
  3. D — zet de pot in het licht
  4. B — vul de pot met aarde
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: D. B — vul de pot met aarde

Zonder aarde kan er geen zaadje liggen: eerst de pot vullen met aarde.

Studievaardigheden · Schema's & samenvatten

36. Mindmap 'Gezond leven': de takken zijn 'bewegen', 'goed slapen' en één lege tak. Welke tak past er het best bij?

  1. tv-kijken tot middernacht
  2. de hele dag gamen
  3. een spannend boek lezen
  4. gezond eten
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: D. gezond eten

Alle takken horen bij 'gezond leven': bewegen, goed slapen én gezond eten.

Studievaardigheden · Schema's & samenvatten

Naslag & alfabet

37. Welk woord staat in het woordenboek het eerst: 'boot', 'bal' of 'bril'?

  1. boot
  2. Ze staan alle drie op dezelfde plek
  3. bril
  4. bal
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: D. bal

Alle drie beginnen met een b, dus kijk naar de tweede letter: de a komt vóór de o en de r. Bal staat het eerst.

Studievaardigheden · Naslag & alfabet

38. Zet op woordenboek-volgorde: 'kast', 'kat', 'kaas'. Welk woord komt het laatst?

  1. Ze komen tegelijk
  2. kaas
  3. kast
  4. kat
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: D. kat

Vergelijk de derde letter: kaas (a), kast (s), kat (t). De t komt het laatst in het alfabet: kat.

Studievaardigheden · Naslag & alfabet

39. Bovenaan een woordenboek-bladzijde staan de gidswoorden 'melk' en 'mier'. Staat het woord 'mes' op deze bladzijde?

  1. Dat kun je met gidswoorden niet weten
  2. Nee, want 'mes' komt ná 'mier'
  3. Nee, want 'mes' komt vóór 'melk'
  4. Ja, 'mes' valt tussen 'melk' en 'mier'
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: D. Ja, 'mes' valt tussen 'melk' en 'mier'

Gidswoorden = het eerste en laatste woord van de bladzijde. 'Mes' valt daar alfabetisch tussen: ja, het staat op deze bladzijde.

Studievaardigheden · Naslag & alfabet

40. In het woordenboek staat bij 'bank': 1) meubel om op te zitten, 2) gebouw waar je geld bewaart, 3) ondiepe plek in zee (zandbank). Welke betekenis past in de zin: 'Het schip liep vast op een bank'?

  1. Geen enkele betekenis past
  2. Betekenis 2
  3. Betekenis 1
  4. Betekenis 3
Bekijk het antwoord en de uitleg

Goed antwoord: D. Betekenis 3

Een schip loopt vast op een ondiepe plek: betekenis 3 (zandbank). Kies altijd de betekenis die in de zín past.

Studievaardigheden · Naslag & alfabet

Oefen meer studievaardigheden in de app →

Ook oefenen: taal · rekenen · overzicht · weektaak groep 8

Dit zijn eigen oefenvragen van Leerkwartier in de stijl van de Doorstroomtoets, geen echte toetsvragen. De Doorstroomtoets in groep 8 bestaat uit lezen, taalverzorging en rekenen; studievaardigheden helpen bij alle drie. Meer uitleg over de toets: de Doorstroomtoets 2027-gids. Fout gezien? Mail hallo@leerkwartier.app.