Deel 1: Schrijf wat je hoort — k, a, t: kat — Spelling is: schrijven wat je hoort.
Deel 2: Lange klanken — aa, oo, ee, uu — Sommige klanken klinken lang.
Deel 3: Twee letters, één klank — oe, ie, eu — Sommige klanken schrijf je altijd met twee letters samen: • oe zoals in boek • ie zoals in fiets • eu zoals in reus • ui zoals in huis • ei zoals in ei De twee…
Deel 4: Lastige vriendjes — sch- en -ng — Twee groepjes letters die je vaak samen ziet: sch- aan het begin: • school, schoen, schaap • Je schrijft s + c + h, ook al hoor je de c bijna niet.
Deel 5: Laat maar zien! — alles door elkaar — De laatste ronde! Alles wat je leerde komt nog één keer langs: • Schrijf wat je hoort: k-a-t → kat • Lange klanken met twee letters: maan, boom • Twee letters,…
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Hoe schrijf je het woord voor dit dier: 🐱?
A.kat
B.kad
C.ket
D.katt
2. Hoe schrijf je het woord voor dit dier: 🐟?
A.vis
B.fis
C.viss
D.vus
3. Hoe schrijf je het woord voor dit voertuig: 🚌?
A.bus
B.buss
C.bas
D.pus
4. Zeg langzaam: p - e - n. Welk woord schrijf je?
A.pen
B.pan
C.pin
D.peen
5. Hoe schrijf je het woord voor dit ding aan de hemel: ☀️?
A.zon
B.zan
C.zin
D.zonn
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.