Deel 1: Hello! — groeten en jezelf voorstellen — In het Engels zeg je Hello!
Deel 2: Colours and numbers — kleuren en tellen tot 10 — Kleuren: • red = rood · blue = blauw · yellow = geel · green = groen • black = zwart · white = wit · orange = oranje · pink = roze Tellen tot 10: • one, two,…
Deel 3: Animals — dieren — Dieren: • cat = kat · dog = hond · bird = vogel · fish = vis • horse = paard · cow = koe · pig = varken · sheep = schaap • rabbit = konijn · mouse = muis ·…
Deel 4: In the classroom — in de klas — Spullen in de klas: • pen = pen · pencil = potlood · book = boek · bag = tas • table = tafel · chair = stoel · door = deur · window = raam Mensen: • teacher =…
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Wat zeg je in het Engels als je iemand begroet?
A.Hello
B.Bye
C.Please
D.No
2. Wat betekent Thank you?
A.Dank je wel
B.Alsjeblieft
C.Tot ziens
D.Goedemorgen
3. Je gaat naar huis. Wat zeg je?
A.Bye!
B.Hello!
C.Yes!
D.Thank you!
4. Hoe zeg je 'Mijn naam is Sam' in het Engels?
A.My name is Sam.
B.I am Sam is.
C.Sam name my.
D.Name is Sam my.
5. Wat betekent Yes?
A.Ja
B.Nee
C.Dag
D.Alsjeblieft
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.