Taal · groep 5 t/m 8 · werkblad
Werkblad Werkwoordsvervoeging T/V
Printbaar werkblad met de uitleg in het kort, 20 oefenvragen om te omcirkelen en een antwoordblad voor wie nakijkt. Gratis, zonder account.
5 delen uitleg
20 vragen
A4 · antwoordblad achteraan
Gratis · geen account
🖨️ Open en print het werkblad
🎯 Liever op het scherm: oefen in de app
Wat staat er op het werkblad?
- Deel 1: Wat is een werkwoord? — Een werkwoord zegt wat iemand doet (of wat er gebeurt).
- Deel 2: Tegenwoordige tijd — ik, jij, hij/zij — Tegenwoordige tijd = wat NU gebeurt of altijd gebeurt.
- Deel 3: Verleden tijd — zwakke werkwoorden — Werkwoorden zijn zwak of sterk.
- Deel 4: Verleden tijd — sterke werkwoorden — Sterke werkwoorden veranderen van klinker in de verleden tijd.
- Deel 5: Eindopdracht — werkwoordstijden mix — Mix-toets: tegenwoordige tijd, verleden tijd, kofschip, sterke werkwoorden.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Welk woord is een werkwoord in: 'Tom danst op het plein'? 2. Wat is het hele werkwoord van 'lopend'?- A.lopen
- B.loopt
- C.liep
- D.gelopen
3. Welke zin heeft geen werkwoord?- A.De auto rood en groot
- B.De rode auto rijdt
- C.Ik fiets snel
- D.Lisa loopt
4. Vervoeg 'spelen' voor 'hij' in tegenwoordige tijd:- A.speelt
- B.speel
- C.spelen
- D.speelde
5. Welke vorm is goed: 'praten' bij 'hij'?- A.praat
- B.praatt
- C.praats
- D.praaten
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.
🖨️ Open en print het werkblad
Een kwartier per dag leren, een leven lang slimmer. · leerkwartier.app