Taal · groep 7 t/m 8 · werkblad

Werkblad Verwijswoorden in een tekst

Printbaar werkblad met de uitleg in het kort, 20 oefenvragen om te omcirkelen en een antwoordblad voor wie nakijkt. Gratis, zonder account.

4 delen uitleg
20 vragen
A4 · antwoordblad achteraan
Gratis · geen account
🖨️ Open en print het werkblad 🎯 Liever op het scherm: oefen in de app

Wat staat er op het werkblad?

  1. Deel 1: Wat is een verwijswoord? — Een verwijswoord is een kort woord dat terugwijst naar iets of iemand dat al eerder genoemd is.
  2. Deel 2: Hij, zij, het, hem — De verwijswoorden hij, zij (ze), het, hem, haar verwijzen naar een persoon of ding dat eerder genoemd is.
  3. Deel 3: Die, dat, deze, dit — De verwijswoorden die, dat, deze, dit verwijzen ook terug naar iets dat genoemd is.
  4. Deel 4: In een tekst — waar verwijst het naar? — Bij de Doorstroomtoets moet je aanwijzen naar wie of wat een verwijswoord verwijst.

Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.

Voorbeeldvragen

1. Tom pakt zijn jas. Hij heeft het koud. Naar wie verwijst 'Hij'?
2. Een verwijswoord is een woord dat...
3. De hond rent door de tuin. Hij blaft hard. Wat is het verwijswoord?
4. Waarom gebruiken we verwijswoorden?
5. Sara fietst naar school. Ze is laat. Naar wie verwijst 'Ze'?

De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.

🖨️ Open en print het werkblad
Meer werkbladen taal: Dichten + poëzie + rijm · Doorstroomtoets · Feit & mening · In de klas 2
Alle werkbladen · Verhoudingstabellen (groep 8, steeds nieuwe getallen) · Weekpakket per mail

Een kwartier per dag leren, een leven lang slimmer. · leerkwartier.app