Deel 1: De drie niveaus — vmbo, havo en vwo in het kort — Na groep 8 ga je naar de middelbare school (ook wel 'voortgezet onderwijs' genoemd).
Deel 2: Vmbo van dichtbij — vier leerwegen — Het vmbo is het grootst: ongeveer de helft van alle leerlingen in Nederland zit erop.
Deel 3: Havo & vwo van dichtbij — meer theorie, langere route — Havo en vwo worden vaak samen genoemd, omdat ze allebei vooral theoretisch zijn: je leert veel uit boeken en je krijgt meer vakken in een hoger tempo.
Deel 4: Wat kun je ermee? — de route na de middelbare school — Het leuke: je middelbare school is niet het eindstation.
Deel 5: Stapelen & switchen — niets ligt vast — Misschien wel het belangrijkste om te onthouden: het niveau dat je in de brugklas krijgt, ligt niet voor altijd vast.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Hoe lang duurt vwo ongeveer?
A.6 jaar
B.4 jaar
C.2 jaar
D.8 jaar
2. Bij welk niveau hoort veel praktijk en leren met je handen?
A.vmbo
B.vwo
C.universiteit
D.havo
3. Welk niveau is 'beter'?
A.Geen — ze passen bij verschillende mensen
B.vwo, want dat is het moeilijkst
C.havo, want dat zit in het midden
D.vmbo, want daar doe je het meest
4. Wat helpt naast het schooladvies bij je indeling?
A.De Doorstroomtoets
B.Wat je beste vriend of vriendin kiest
C.Je cijfer voor gym
D.Hoe oud je bent
5. Hoeveel jaar duurt havo?
A.5 jaar
B.4 jaar
C.6 jaar
D.3 jaar
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.