Deel 1: Wat is godsdienst? — Godsdienst / religie = systeem van geloof, rituelen en regels voor hoe te leven.
Deel 2: Christendom — Christendom = de grootste godsdienst wereldwijd.
Deel 3: Islam + jodendom — Islam en jodendom zijn samen met christendom de drie Abrahamitische godsdiensten (alle drie geloven in 1 God en eren Abraham).
Deel 4: Boeddhisme + hindoeïsme — Twee grote Aziatische godsdiensten — anders dan Abrahamitische.
Deel 5: Eind-toets — godsdiensten mix — Mix-toets in Doorstroomtoets-stijl.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Volgens de uitleg is een godsdienst een systeem van drie dingen. Welke drie?
A.Geloof, rituelen en regels
B.Geloof, gebed en feesten
C.Geloof, gebouwen en boeken
D.Geloof, verhalen en leiders
2. Welke wereldgodsdienst heeft de meeste aanhangers?
A.Christendom
B.Islam
C.Boeddhisme
D.Hindoeïsme
3. Wat is een atheïst?
A.Iemand die niet in een god gelooft
B.Iemand die niet zeker weet of er een god is
C.Iemand die in meerdere goden gelooft
D.Iemand die in één god gelooft
4. Hoeveel procent van de Nederlanders heeft geen religie?
A.Ongeveer 55%
B.Ongeveer 30%
C.Ongeveer 25%
D.Ongeveer 3%
5. Om wie draait het christendom?
A.Jezus
B.Mohammed
C.Boeddha
D.Mozes
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.