Deel 1: Vroeger en nu — wat is geschiedenis? — Geschiedenis is alles wat vroeger is gebeurd.
Deel 2: De tijdbalk — de tijd op een rijtje — Een tijdbalk is een lange lijn waarop je de tijd tekent.
Deel 3: Leven en school vroeger — geen licht-knopje! — Zo'n honderd jaar geleden was het leven heel anders: • Veel huizen hadden geen elektriciteit: 's avonds brandde een olielamp of kaars.
Deel 4: Ridders en kastelen — de middeleeuwen — Heel lang geleden — in de middeleeuwen — leefden de ridders.
Deel 5: Eindronde — jij bent nu een tijd-speurneus! — Laatste ronde! Alles komt nog één keer voorbij: • Geschiedenis = wat vroeger echt gebeurd is • Tijdbalk: links = lang geleden, rechts = nu; een eeuw = 100 jaar…
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Wat is geschiedenis?
A.wat er vroeger is gebeurd
B.wat er morgen gaat gebeuren
C.verhalen die iemand heeft verzonnen
D.hoe planten en dieren groeien
2. Hoe kunnen we weten hoe mensen honderd jaar geleden leefden?
A.door oude foto's, spullen en verhalen
B.door te kijken hoe mensen nu leven
C.door te raden hoe het geweest is
D.door een sprookjesboek te lezen
3. Wat bestond er nog niet toen jouw opa en oma kind waren?
A.mobiele telefoons met apps
B.fietsen met een bagagedrager
C.boeken met mooie plaatjes
D.treinen met een conducteur
4. Welk ding is een spoor uit het verleden?
A.een oude foto van je overgrootmoeder
B.een nieuw boek over de ridders
C.een film over dinosaurussen van nu
D.een speelgoedridder uit de winkel
5. Welk van deze dingen is ook geschiedenis?
A.wat er gisteren op school gebeurde
B.wat je morgen gaat doen
C.wat je volgende week gaat eten
D.een verzonnen sprookje
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.