Deel 1: De 6 dierenklassen — Dieren worden in groepen ingedeeld op basis van hun lichaam + gedrag.
Deel 2: Zoogdieren + vogels — wat zijn de kenmerken? — Zoogdieren — kenmerken (uit je hoofd!): • Haren of vacht (zelfs walvissen hebben kleine snorharen).
Deel 3: Vissen + amfibieën — Vissen — kenmerken: • Leven in water (zoet of zout).
Deel 4: Reptielen + insecten — Reptielen — kenmerken: • Droge schubben (of huidplaten zoals krokodil).
Deel 5: Voedselketens en biotopen — Dieren eten elkaar of planten — dit heet een voedselketen.
Deel 6: Eindopdracht — dieren-mix — Mix-toets in Doorstroomtoets-stijl.
Blad 1 is de uitleg per deel met een uitgewerkt voorbeeld, daarna de vragen (zeven per blad), en als laatste de antwoorden met één zin uitleg.
Voorbeeldvragen
1. Een vleermuis is een ... ?
A.Zoogdier
B.Vogel
C.Reptiel
D.Insect
2. Een walvis is een ... ?
A.Zoogdier
B.Vis
C.Reptiel
D.Amfibie
3. Welk dier is koudbloedig?
A.Slang
B.Hond
C.Mus
D.Walvis
4. Hoeveel poten heeft een insect?
A.6
B.8
C.4
D.2
5. Welk kenmerk hebben alle vogels?
A.Veren
B.Schubben
C.Vacht
D.Ze kunnen vliegen
De antwoorden staan op het laatste blad van het werkblad. Op het scherm krijgt een kind bij elke vraag uitleg op drie niveaus.