Werkwoordspelling d/t groep 5-7 — 't kofschip-regel, word/wordt, voltooid deelwoord-vragen.
Een werkwoord zegt wat iemand doet of hoe iemand is. Voorbeelden: lopen, schrijven, denken, zijn, hebben.
Regel voor de tegenwoordige tijd (NU):
Wanneer de stam eindigt op d, krijgt 'ie bij hij/zij/het nog een -t erachter. Resultaat: dt!
Wanneer de stam al op een t eindigt, voeg je géén extra t toe — dat zou een dubbele t geven, en dat schrijven we niet.
Verleden tijd vorm je bij zwakke werkwoorden (95% van alle werkwoorden) door -de of -te achter de stam te zetten.
Niet verwarren! Twee vormen die op elkaar lijken:
Dit is dé klassieke d/t-fout — bijna iedereen maakt 'm wel eens.
Alle regels op een rij:
Wat is de stam van werken?
Wil je het antwoord en uitleg op 3 niveaus? Open dit pad in de app →