Spelling · groep 5-7

Werkwoordsspelling — d/t en 't kofschip

Werkwoordspelling d/t groep 5-7 — 't kofschip-regel, word/wordt, voltooid deelwoord-vragen.

8 delen
40 oefenvragen
~15 min per deel
Gratis · geen account
🎯 Start dit leerpad

Wat leer je in dit pad?

  1. Deel 1 — Wat is een werkwoord?

    Een werkwoord zegt wat iemand doet of hoe iemand is. Voorbeelden: lopen, schrijven, denken, zijn, hebben.

  2. Deel 2 — Tegenwoordige tijd — basisregel

    Regel voor de tegenwoordige tijd (NU):

  3. Deel 3 — Stam eindigt op d (worden, vinden)

    Wanneer de stam eindigt op d, krijgt 'ie bij hij/zij/het nog een -t erachter. Resultaat: dt!

  4. Deel 4 — Stam eindigt op t (zitten, vechten)

    Wanneer de stam al op een t eindigt, voeg je géén extra t toe — dat zou een dubbele t geven, en dat schrijven we niet.

  5. Deel 5 — Verleden tijd zwakke werkwoorden — 't kofschip

    Verleden tijd vorm je bij zwakke werkwoorden (95% van alle werkwoorden) door -de of -te achter de stam te zetten.

  6. Deel 6 — Lastig: verleden tijd vs voltooid deelwoord

    Niet verwarren! Twee vormen die op elkaar lijken:

  7. Deel 7 — Het verschil tussen 'word' en 'wordt' — extra strikt

    Dit is dé klassieke d/t-fout — bijna iedereen maakt 'm wel eens.

  8. Deel 8 — Eindopdracht — alle d/t-regels samen

    Alle regels op een rij:

Voorbeeld-oefenvraag

Wat is de stam van werken?

Wil je het antwoord en uitleg op 3 niveaus? Open dit pad in de app →

🎯 Open het volledige leerpad ← Terug naar Leerkwartier