Taal · groep 5-8

Werkwoordsvervoeging T/V — Cito groep 7-8

Werkwoordstijden groep 6-8 — tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord met d/t-regel.

5 delen
40 oefenvragen
~15 min per deel
Gratis · geen account
🎯 Start dit leerpad

Wat leer je in dit pad?

  1. Deel 1 — Wat is een werkwoord?

    Een werkwoord zegt wat iemand doet (of wat er gebeurt).

  2. Deel 2 — Tegenwoordige tijd — ik, jij, hij/zij

    Tegenwoordige tijd = wat NU gebeurt of altijd gebeurt.

  3. Deel 3 — Verleden tijd — zwakke werkwoorden

    Werkwoorden zijn zwak of sterk. Zwakke zijn makkelijk: ze krijgen -de of -te in de verleden tijd.

  4. Deel 4 — Verleden tijd — sterke werkwoorden

    Sterke werkwoorden veranderen van klinker in de verleden tijd. Geen 'kofschip', maar een hele andere vorm.

  5. Deel 5 — Cito-eindopdracht — werkwoordstijden mix

    Mix-toets: tegenwoordige tijd, verleden tijd, kofschip, sterke werkwoorden.

Voorbeeld-oefenvraag

Welk woord is een werkwoord in: 'Tom danst op het plein'?

Wil je het antwoord en uitleg op 3 niveaus? Open dit pad in de app →

🎯 Open het volledige leerpad ← Terug naar Leerkwartier