Werkwoordstijden groep 6-8 — tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord met d/t-regel.
Een werkwoord zegt wat iemand doet (of wat er gebeurt).
Tegenwoordige tijd = wat NU gebeurt of altijd gebeurt.
Werkwoorden zijn zwak of sterk. Zwakke zijn makkelijk: ze krijgen -de of -te in de verleden tijd.
Sterke werkwoorden veranderen van klinker in de verleden tijd. Geen 'kofschip', maar een hele andere vorm.
Mix-toets: tegenwoordige tijd, verleden tijd, kofschip, sterke werkwoorden.
Welk woord is een werkwoord in: 'Tom danst op het plein'?
Wil je het antwoord en uitleg op 3 niveaus? Open dit pad in de app →