Oppervlakte en omtrek groep 6-8 — rechthoek, vierkant, driehoek, cirkel met praktische voorbeelden + 1 m² = 10.000 cm².
Omtrek en oppervlakte zijn 2 verschillende dingen — vaak verward.
Rechthoek: 4 zijden, tegenoverliggende zijden gelijk.
Oppervlakte-formule rechthoek: - A = lengte × breedte - A = L × B - Eenheid: cm² of m²
Driehoek-oppervlakte is iets lastiger dan rechthoek.
Cirkel heeft 2 belangrijke maten: - Straal (r) = van middelpunt naar rand - Diameter (d) = van rand naar rand door middelpunt. d = 2r
Op de Cito en in het echt komen oppervlakte + omtrek vaak in praktijksituaties voor:
Een tuin is 8 m lang en 5 m breed. Hoeveel meter hek heb je nodig om alle 4 de zijden af te zetten?
Wil je het antwoord en uitleg op 3 niveaus? Open dit pad in de app →