Rekenen · po

Oppervlakte en omtrek — rechthoek, driehoek, cirkel

Oppervlakte en omtrek groep 6-8 — rechthoek, vierkant, driehoek, cirkel met praktische voorbeelden + 1 m² = 10.000 cm².

6 delen
18 oefenvragen
~15 min per deel
Gratis · geen account
🎯 Start dit leerpad

Wat leer je in dit pad?

  1. Deel 1 — Stap 1 — Wat is het verschil tussen omtrek en oppervlakte?

    Omtrek en oppervlakte zijn 2 verschillende dingen — vaak verward.

  2. Deel 2 — Stap 2 — Omtrek rechthoek + vierkant

    Rechthoek: 4 zijden, tegenoverliggende zijden gelijk.

  3. Deel 3 — Stap 3 — Oppervlakte rechthoek + vierkant

    Oppervlakte-formule rechthoek: - A = lengte × breedte - A = L × B - Eenheid: cm² of m²

  4. Deel 4 — Stap 4 — Driehoek-oppervlakte

    Driehoek-oppervlakte is iets lastiger dan rechthoek.

  5. Deel 5 — Stap 5 — Cirkel: omtrek + oppervlakte

    Cirkel heeft 2 belangrijke maten: - Straal (r) = van middelpunt naar rand - Diameter (d) = van rand naar rand door middelpunt. d = 2r

  6. Deel 6 — Stap 6 — Praktijk-vraagstukken

    Op de Cito en in het echt komen oppervlakte + omtrek vaak in praktijksituaties voor:

Voorbeeld-oefenvraag

Een tuin is 8 m lang en 5 m breed. Hoeveel meter hek heb je nodig om alle 4 de zijden af te zetten?

Wil je het antwoord en uitleg op 3 niveaus? Open dit pad in de app →

🎯 Open het volledige leerpad ← Terug naar Leerkwartier