maatschappijkunde eindexamen VMBO-GL/TL 2024 tijdvak 1 — vraag 19 van 5
De officier van justitie heeft 4 hoofdtaken (uit elkaar te houden in tijd):
1. Leiding opsporingsonderzoek — tijdens politieactie.
2. Vervolging beslissen — wel/niet voor rechter brengen.
3. Strafbeschikking — lichte zaak afdoen zonder rechter.
4. Optreden in rechtszaal als openbaar aanklager.
Bij een politieactie zit je in fase 1 → leiding aan opsporing.
1. Leiding geven aan opsporing (samen met politie).
2. Beslissen of iemand wordt vervolgd.
3. Strafbeschikkingen opleggen (boete bij lichte zaken).
4. Optreden als openbaar aanklager in rechtszaal.
Politieactie = het OPSPORINGSDEEL van het strafrecht. De officier van justitie geeft daar leiding aan (zegt: 'doe een inval', 'arresteer', etc.). Andere taken komen LATER.
Alle officieren van justitie samen vormen het Openbaar Ministerie. Onderdeel van rechterlijke macht maar uitvoerend. Beslissingen over vervolging hier vandaan.