Geschiedenis eindexamen VMBO-GL/TL 2024 tijdvak 2 — vraag 16 van 3
Wereldwijde crisis na Beurskrach 1929 raakte Duitsland extra hard (afhankelijk van VS-leningen die werden teruggetrokken). Werkloosheid explodeerde tot 6 miljoen. Wanhopige burgers vluchtten naar antidemocratische partijen: vooral de NSDAP (nazi's onder Hitler) en de KPD (communisten). De democratie van Weimar viel uiteen → 1933: Hitler aan de macht.
24 oktober 1929 ('Black Thursday'): NY-beurs stort in. Vertrouwen weg → banken sluiten → bedrijven failliet → werkloosheid → minder besteding → meer faillissementen. Vicieuze cirkel. Wereldwijd voelbaar.
Duitsland had grote oorlogsschulden + leefde op leningen uit VS. Toen VS leningen terugtrok = totale instorting. Werkloosheid steeg van 1 miljoen (1928) naar 6 miljoen (1932). Vele bedrijven failliet.
Mensen verloren vertrouwen in democratie. Stemmen naar extremen: nazi's beloven 'sterke leider + werk + grootsheid'. NSDAP groeit van 12 zetels (1928) naar 230 (1932). 1933: Hitler kanselier.