Economie eindexamen VMBO-GL/TL 2025 tijdvak 2 — vraag 43 van 5
Koopkracht = wat je werkelijk kunt kopen voor je inkomen. Daarvoor moet je nominaal inkomen corrigeren voor INFLATIE (prijsstijgingen). Stijgt je modaal inkomen met 3% terwijl prijzen 5% stijgen → koopkracht daalt 2%. Inflatie is de KERN-correctie voor koopkracht.
Hoeveel je werkelijk KAN KOPEN voor je inkomen. Niet euro's, maar boodschappen-equivalent.
(1) hoeveel je verdient (modaal inkomen). (2) hoe duur dingen zijn (prijzen → inflatie).
INFLATIE. Inkomen +3%, prijzen +5% → koopkracht −2%.
Inkomensverdeling = verdeling, niet wat een gemiddeld iemand kan kopen. Oppervlakte, aantal inwoners = irrelevant.