Economie eindexamen VMBO-GL/TL 2024 tijdvak 2 — vraag 33

De waarde van de bezittingen van de familie Boot bedraagt 100.000 en de waarde van schulden is 20.000. In welke situatie kan het vermogen van dit huishouden stijgen?

Antwoordopties:
  1. als de bezittingen dalen met 4% en de schulden stijgen met 4%
  2. als de bezittingen dalen met 4% en de schulden dalen met 6%
  3. als de bezittingen stijgen met 2% en de schulden stijgen met 6% ✓
Het juiste antwoord is C: als de bezittingen stijgen met 2% en de schulden stijgen met 6%

Vermogen = bezittingen − schulden = €100.000 − €20.000 = €80.000.

Optie C: bezittingen +2% = +€2.000 (nu €102.000), schulden +6% = +€1.200 (nu €21.200). Nieuw vermogen = €102.000 − €21.200 = €80.800. Toename van €800. ✓

Optie A en B leiden allebei tot een vermogen-DALING.

Stap voor stap uitgelegd

  1. Wat is vermogen?

    Vermogen = BEZITTINGEN − SCHULDEN. Boot heeft €100k bezittingen + €20k schulden → vermogen €80.000.

  2. Wanneer STIJGT vermogen?

    Als bezittingen meer toenemen dan schulden. Of als schulden meer dalen dan bezittingen.

  3. Reken elke optie uit

    A: bezit −€4.000, schuld +€800 = vermogen −€4.800 ✗. B: bezit −€4.000, schuld −€1.200 = −€2.800 ✗. C: bezit +€2.000, schuld +€1.200 = +€800 ✓.

  4. Tip bij %-vragen

    Reken altijd in EURO's, niet in %. 6% van €20.000 (€1.200) is veel kleiner dan 2% van €100.000 (€2.000).

Wat moet je weten om deze vraag te kunnen beantwoorden?

  1. Woordenschat po-1F
    begrijpen 'vermogen', 'bezittingen', 'schulden'
  2. Procenten po-1F
    % van een bedrag berekenen (-4% van €100k, +6% van €20k) en optellen/aftrekken
  3. Geld, sparen en lenen vmbo-3
    vermogen-formule (bezit − schuld) + huishoudfinanciën — kern van deze examenvraag
🎓 Officiële bron
Dit is een echte examenvraag uit het Centraal Schriftelijk Eindexamen Economie VMBO-GL/TL 2024 tijdvak 2.
Bekijk de volledige examenopgaven op examenblad.nl (PDF).
Oefen deze vraag interactief in Leerkwartier →