Economie eindexamen VMBO-GL/TL 2024 tijdvak 1 — vraag 41 van 6

Welke soort werkloosheid ontstaat er door het verdwijnen van bedrijven naar het buitenland?

Antwoordopties:
  1. conjuncturele werkloosheid, het is de aanbodkant van de economie
  2. conjuncturele werkloosheid, het is de vraagkant van de economie
  3. structurele werkloosheid, het is de aanbodkant van de economie ✓
  4. structurele werkloosheid, het is de vraagkant van de economie
Het juiste antwoord is C: structurele werkloosheid, het is de aanbodkant van de economie

Bedrijven verplaatsen naar het buitenland = de werkgelegenheid verdwijnt structureel — dat is structurele werkloosheid (niet conjunctureel = tijdelijke recessie). Het is de aanbodkant: er wordt minder arbeid in Nederland aangeboden door werkgevers.

Stap voor stap uitgelegd

  1. Welke 2 hoofdsoorten werkloosheid zijn er?

    (1) Conjuncturele = door ECONOMISCHE situatie (recessie, mindere vraag). Tijdelijk. (2) Structurele = door langdurige veranderingen (techniek, verplaatsing, ander beroep gevraagd).

  2. Verdwijnen bedrijven = welk type?

    Bedrijven gaan WEG (verplaatsen). Dat is een blijvend, structureel verlies van werkgelegenheid → STRUCTURELE werkloosheid.

  3. Vraag of aanbod?

    Op de arbeidsmarkt: werknemers BIEDEN arbeid aan, werkgevers VRAGEN arbeid. Bedrijven verdwijnen = minder vraag naar arbeid? Of minder aanbod van banen? In NL-context: het 'aanbod' van banen daalt = aanbodkant.

Wat moet je weten om deze vraag te kunnen beantwoorden?

  1. Woordenschat po-1F
    begrijpen 'structureel', 'conjunctureel', 'aanbodkant', 'verplaatsing'
  2. Nederland en het buitenland vmbo-4
    waarom verplaatsen bedrijven naar buitenland (lagere lonen, regels)
  3. Werk en arbeidsmarkt vmbo-4
    soorten werkloosheid + arbeidsmarkt — kern van deze examenvraag
🎓 Officiële bron
Dit is een echte examenvraag uit het Centraal Schriftelijk Eindexamen Economie VMBO-GL/TL 2024 tijdvak 1.
Bekijk de volledige examenopgaven op examenblad.nl (PDF).
Oefen deze vraag interactief in Leerkwartier →