Economie eindexamen VMBO-GL/TL 2024 tijdvak 1 — vraag 27 van 6

De Nederlandse bevolking is op Prinsjesdag vooral benieuwd wat de plannen van de regering betekenen voor hun koopkracht. Wat wordt verstaan onder koopkracht?

Antwoordopties:
  1. het bruto-inkomen
  2. het netto-inkomen
  3. het nominaal inkomen
  4. het reëel inkomen ✓
Het juiste antwoord is D: het reëel inkomen

Koopkracht = je reëel inkomen = nominaal inkomen gecorrigeerd voor inflatie. Dat zegt hoeveel je werkelijk kunt kopen. Bij hoge inflatie kan je nominaal inkomen stijgen, terwijl je reëel inkomen daalt — dat voelt iedereen op Prinsjesdag.

Stap voor stap uitgelegd

  1. Wat is koopkracht?

    Hoeveel je MET je geld kan KOPEN. Niet de euro's zelf, maar wat ze waard zijn aan boodschappen.

  2. Welke 4 inkomens-begrippen zijn er?

    Bruto (vóór belasting), netto (na belasting), nominaal (in euro's), reëel (in koopkracht).

  3. Welke past bij koopkracht?

    Reëel inkomen — gecorrigeerd voor inflatie. Vertelt je wat je geld ECHT waard is qua boodschappen.

Wat moet je weten om deze vraag te kunnen beantwoorden?

  1. Woordenschat po-1F
    begrijpen 'bruto', 'netto', 'nominaal', 'reëel' inkomen
  2. Procenten po-1F
    inflatie als percentage — wat trekt nominaal omlaag naar reëel
  3. Inkomen en welvaart vmbo-3
    koopkracht = reëel inkomen na inflatiecorrectie — kern van deze examenvraag
🎓 Officiële bron
Dit is een echte examenvraag uit het Centraal Schriftelijk Eindexamen Economie VMBO-GL/TL 2024 tijdvak 1.
Bekijk de volledige examenopgaven op examenblad.nl (PDF).
Oefen deze vraag interactief in Leerkwartier →