biologie eindexamen VMBO-GL/TL 2024 tijdvak 1 — vraag 33 van 12
Het hart pompt BLOED door de slag- en aderen. De lymfevaten hebben geen aansluiting op de hart-pomp. Lymfe stroomt door (1) druk uit weefsels + (2) spier-bewegingen (skeletspieren knijpen lymfe vooruit) en wordt door (3) KLEPPEN in de juiste richting gehouden. Alleen Julia heeft dus gelijk: B.
Lichaam heeft 2 vloeistof-systemen:
• Bloed in slagaders + aders + haarvaten → aangedreven door HART.
• Lymfe in lymfevaten → NIET aangedreven door hart.
Uit weefselvocht (vloeistof tussen cellen). Lymfevaten zuigen dat op en transporteren het terug naar grote aders bij hartwerking-gebied. Dus wel uiteindelijk naar bloed, maar niet ÍN bloed.
1. Druk uit weefsel
2. Spier-bewegingen (lopen, ademen) knijpen lymfevaten samen
3. Kleppen in lymfevaten zorgen dat lymfe niet terug stroomt — alleen vooruit
Het hart speelt hier GEEN rol.
Julia (kleppen → goede richting): klopt. Finn (hart pompt): klopt NIET. Antwoord B.